Verstilling in het dagelijks gebed

door Idelette Otten In het Dienstboek vinden we: INKEER EN VERSTILLING 1145 Oefeningen voor inkeer en verstilling UITGANGSPUNTEN 1151 Uitgangspunten en toelichting. Het dagelijks gebed. 1178 e. Stilte en meditatie Het dagelijks gebed kent veel onderdelen. Een wezenlijk onderdeel is de stilte. Ik wil me tot die stilte beperken. Misschien zou dat het beste via meditatie kunnen. Maar schroom en onwennigheid weerhouden me hiervan. Dus toch maar weer het woord aan het woord over de stilte. Waarom ik dit onderdeel uit het Dienstboek op me genomen heb om van commentaar te voorzien? Daarvoor moet ik eerst mijn persoonlijk verhaal vertellen. De praktijk van gemeentepredikant De praktijk van gemeentepredikant leidt me steeds meer naar de stilte. Vanwege woorden, literatuur, het Woord ben ik theologie gaan studeren. Gaandeweg die studie werd de liturgie voor mij steeds belangrijker. Als bedding waarin het Woord tot klinken komt en de samenhang met het Woord. Dan word je predikant in een gemeente, waar bijna alle woorden in de eredienst aan de dominee zijn overgelaten. Woord en wederwoord, het komt allemaal uit één mond. Na een kerkdienst was ik bekaf alleen al van mijn eigen stem. Ik voelde me als een acteur, die alle rollen op zich moest nemen. Ik voelde me eenzaam, want je krijgt geen antwoord. Toen begon een lang proces: hoe maak ik de gemeente liturgiebewust? In Enkhuizen is een werkgroep aan de slag gegaan, die uiteindelijk een bepaalde orde van dienst (zie Dienstboek) heeft voorgesteld aan de kerkenraad en gemeente. Na een proef van een half jaar, gevolgd door een evaluatie zijn een paar wijzigingen aangebracht. Nu zijn we in de fase van wennen en laten bezinken. De eerste jaren worden geen wijzigingen aangebracht. Iedereen leek behoefte te hebben aan rust. In dat hele proces is mij gebleken dat veel mensen vooral rust zoeken in de kerk. Op de vraag aan mensen wat hun nu het meeste aanspreekt in een kerkdienst krijg ik vaak als antwoord: de stilte bij de dienst der gebeden. Voor velen is die stilte te kort. Zelf, nog met dat gevoel acteur te zijn, zocht ik steeds meer de momenten van rust in een dienst. Hoe voorkom je als predikant dat je een orde van dienst afdraait? Het is een enorme verrijking als de gemeente weerwoord geeft. In acclamaties en responsies op de lezingen en gebeden. Verrijkend zijn de lectoren, die hun adem geven aan het Woord. Het geeft je als predikant enorm veel rust. Door het weerwoord van de gemeente en doordat anderen het woord nemen in lezing of gebed word je zelf meegenomen in plaats van dat jij regisseert. Er kan ruimte komen voor stilte. Maar de stilte in de eredienst, ik moet het nog steeds leren. Door vooral dingen af te leren. Af te leren de verschillende onderdelen van de dienst aan elkaar te praten. Af te leren meteen verbaal te reageren op mensen of situaties in een dienst. Voor stilte moet ruimte gemaakt worden: bijvoorbeeld voorafgaand aan de gebeden en aan het begin van de dienst. Met name in de veertigdagentijd trek ik er echt tijd voor uit. Dus zowel bij mijzelf als bij gemeenteleden constateer ik behoefte aan stilte in de dienst. In mijn bezig zijn met liturgie dringt de stilte zich steeds meer aan mij op. Kloosterweekenden Waar vind je nog echte stilte? Eerder bij katholieken dan bij protestanten? Ik kan niet anders dan dat beamen. En ik ben op zoek naar het waarom. Waarom ervaar ik de stilte bij een stilteviering in de gereformeerde kerk wezenlijk anders dan de stilte in een klooster? Het kan niet anders dan dat dat met de lange traditie van liturgie te maken heeft. Elk jaar ga ik met een groep gemeenteleden een weekend naar een klooster. We maken er twee etmalen alle diensten mee. De rust en stilte maken op mensen een onuitwisbare indruk. Ook al gaat dit niet altijd zonder onrust en weerstand. Stilte kan zeer confronterend zijn. De animo voor deze kloosterweekenden is groot. Na verschijnen in het kerkblad ben ik gauw volgeboekt. Meditatie Van het een komt het ander. Een ouderling uit onze kerkenraad is psycho- en lichaamstherapeute en heeft veel ervaring met allerlei meditatie-technieken. Mijn ervaring hiermee was niet groot. In Hydepark heb ik een workshop ‘meditatie’ gevolgd van Paul Oskamp. Toen koos ik er al voor, maar nog niet zo bewust. Ik zie ons nog zitten op het gras in de zon. Ik vond het heel bijzonder om eigenlijk alleen maar stil te zijn en dat daar ruimte voor gemaakt was in de opleiding tot predikant. Ik herinner me ook nog een gevoel van misselijkheid omdat ik te bewust en geforceerd met mijn adem bezig was. Tijdens twee zwangerschappen volgde ik de cursus zwangerschapsyoga in ons Hervormd Centrum. In dezelfde ruimte lag ik toen op de grond, waar ik doorgaans kerkenraads-vergaderingen bijwoonde. Twee werelden kwamen nu weer op een bijzondere manier samen. Zelf weinig ervaring hebbend vroeg ik de bewuste ouderling of zij niet een cursus of kring meditatie wilde geven in de gemeente. Zij wilde dit doen met ook aandacht voor concentratie. Het werd een korte concentratie- en meditatiecursus. Zij schreef hier als volgt over in ons kerkblad: ‘Het luisteren tijdens de kerkdienst blijkt voor steeds meer mensen een probleem. Via oefeningen, lichaamshouding kun je leren om je te concentreren. Het luister-spreek-en zing-gebied in ons lichaam zit dicht bij elkaar. Dus hoe beter je leert te luisteren hoe bewuster en met meer overtuiging je leert te spreken. Dit vraagt oefening. Om dit alleen te doen is vaak een opgave, samen gaat dit gemakkelijker’. In deze cursus, ofwel in Advent- of Veertigdagentijd, wordt gebruik gemaakt van bijbelteksten, die in deze tijd in de kerk aan de orde waren. Wilde ik het toch vooral wel kerkelijk laten zijn? De respons op deze cursus was enorm. De eerste keer waren er meer dan dertig aanmeldingen. Voor Enkhuizen echt revolutionair. Ik heb een stop moeten inlassen. Het werkte en maakte veel los: ga maar eens in een kring zitten en vraag of de mensen zich bewust willen maken wat ze voelen. Vraag er naar. En er komt heel veel los. Ook al viel het mij op dat mensen geneigd zijn om in eerste instantie niets te voelen. Zo veronachtzamen we ons lichaam. Deze cursus willen we jaarlijks geven. Ik vind het verrassend te ontdekken dat dit de liturgische beleving van de eredienst ten goede komt. Hoe sta en zit je bijvoorbeeld tijdens de dienst? Tot zover deze schets van mijn situatie. Stilte in het Dienstboek Naar het dienstboek heb ik uitgekeken vanwege de handreikingen voor de liturgie. Verrast was ik door het hoofdstukje ‘stilte en meditatie’. Verrast door de oefeningen, die er in staan. U begrijpt dat u een bij voorbaat positief commentaar krijgt op dit onderdeel van het dienstboek. Immers dat het er in staat vind ik al heel positief! Nu naar de vraag hoe het er in staat. Vanaf pagina 1146 vinden we een 12-tal oefeningen. De eerste drie oefenen ons om via het spreken van woorden (bijbeltekst) op in- en uitademing tot een zekere verstilling te komen. Vervolgens vier oefeningen om onze gedachten te laten leiden door een specifieke inhoud, een soort geleide meditatie. Dan drie ontspanningsoefeningen waaronder: maak je hoofd leeg van al het innerlijk lawaai door eenvoudig aanwezig te zijn bij de dingen om je heen. Vervolgens staan er ‘notities gevonden in een kerk in Engeland’ (?) in: hoe je stilte kunt gebruiken, wat je ermee kunt doen. Hierbij bekruipt me een beetje het gevoel: het moet weer eens nuttig zijn. Tenslotte aandacht voor stilte tijdens een dienst. Wat je dan allemaal kunt doen. Grappig dat hier vermeld staat dat als je moet hoesten, je dat gerust moet doen. Met betrekking tot de volgorde van de oefeningen: ik zou beginnen met de lichaamsontspanning en van daaruit naar de ademhaling gaan. In de meditatieoefeningen komt de juiste dosering van ontspanning en concentratie goed naar voren. Het valt mij op dat het ‘woord’ bij deze oefeningen van verstilling zo’n prominente rol speelt. Uitgangspunten en toelichting Bij het onderdeel ‘gebed’ komt de stilte kort ter sprake waarbij vermeld wordt dat gebeden ook woordeloos kunnen zijn: In het gebed geven we onszelf zonder voorbehoud aan God en laten we God zonder voorbehoud bij ons toe. Zijn Woord wordt in het gebed tot ons hartsgeheim. Onze werkelijkheid verstilt en verruimt zich voor en door God. J.H.Gunning jr. wordt erbij gehaald om de link te leggen tussen de regelmaat van een gebedsleven en die van de ademhaling: De adem Gods daalt neer tot het schepsel om het levend te maken. Daarna wordt hij weer ingeademd, tot zijn oorsprong terug opgetrokken: dat zijn de gebeden van Gods kinderen. [...] Is alle gebed, gelijk wij zeiden, het inhalen van Gods adem, dan is het slechts teruggave van den indruk dien het leven Gods, tot ons komende, in ons gemaakt heeft. Inderdaad is dan ook het gebed slechts afspiegeling van Gods eeuwig wezen in ons. Maar de stilte en meditatie krijgen ook een eigen korte toelichting, die begint met een prachtig gedicht van Guillaume van der Graft, met de schitterende zin: Als Hij er niet was en zijn stem was er niet dan was er van stilte geen sprake. Alleen maar van zwijgen … De stilte, dit is een tweestemmig lied, waarin God en de mens elkaar raken. Met dit gedicht is eigenlijk alles gezegd over de stilte en het woord, en de verhouding tussen die twee. De bijbelse fundering voor de aandacht voor stilte vindt men in Mattheüs 6: 6: Maar gij, wanneer gij bidt, gaat in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bidt uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden. Een oproep van Jezus aan zijn leerlingen om net als Hij regelmatig de stilte op te zoeken om Gods verborgen omgang te vinden. Om welbewust die stilte te creëren. Zwijgen is iets anders dan stil worden. Dit laatste vergt oefening. Daarbij: uiterlijke stilte is weer iets anders dan innerlijke stilte. Daar sluiten de oefeningen van geleide meditatie bij aan. Goed is dat ook de bedreiging van stilte genoemd wordt. De stilte die confronterend kan zijn. Stilte die ook bang maakt. Waarom zie je nooit een sterveling in een stiltecentrum? Er wordt gesteld: Waar stilte met anderen samen wordt beleefd, kan zij een groot gevoel van verbondenheid geven, omdat de moeite en de pijn van één in de stille voorbede van de groep is opgenomen. Een belangrijke zin, die ik geciteerd heb aan een collega, die moeite had met de stilte die ik vermeld had op de liturgie voor een avondgebed in een verzorgingshuis. Hij zei: mensen zijn al de hele dag stil. Moeten ze dat nu ook in een kerkdienst? Het gevoel van verbondenheid maak ik elke keer weer indringend mee, wanneer ik samen met een diaken bij iemand thuis het avondmaal vier. De momenten van stilte, het tikken van de klok, maken elke keer een onuitwisbare indruk, vanwege de verbondenheid, die je voelt met elkaar en de ruimte voor God. In deze korte toelichting wordt veel ‘waars’ verteld, maar wel op een heel fragmentarische wijze. Ik vind dat Paul Oskamp dat in zijn artikel ‘ervaringen met meditatie’, verschenen in ‘Herademing’ veel rustiger uiteenzet: Ik stel mij in de meditatie ten doel dat er ook diepere lagen in de mens worden geraakt. Het gaat in het geloof om persoonlijke toe-eigening en om een bemiddeling waarbij de hele mens, met hoofd en hart en handen is betrokken. Anders gezegd: het Woord van God in ons laten rijpen en Christus door het geloof woning in ons laten maken. Dat vergt van ons ontvankelijkheid, stil zijn en oefening. Tenslotte Maar toch: de christelijke traditie heeft een rijke traditie van gebed en meditatie, van contemplatie en mystiek. Het Dienstboek gaat er niet uitvoerig op in, maar roert het heel summier aan. Terug naar mijn predikantschap. Bij mij heeft het inderdaad zo gewerkt, zoals Paul Oskamp schrijft: Als effect op de kerkdienst constateer ik, dat sommige collega’s met meer wit tussen de regels zijn gaan preken. Ook zelf heb ik meer oog voor de kracht van pauzes en stiltes in de liturgie gekregen. Wel merk ik in het dienstboek, misschien dat men daarom toch de oefeningen met een bijbeltekst laat beginnen, de angst (?) om zweverig bezig te zijn, om ‘de verdenking van wereldvlucht ‘ op zich te laden? Ook in de stilte moet het over God gaan. Ik citeer Michel van der Plas: Wie bewust de stilte zoekt en die afluistert, ervaart dat God er een gewoonte van maakt daarin van zijn aanwezigheid te doen blijken (Nieuwsbrief 2000). Is die nadruk op het bijbelwoord een protestants trekje? Ik eindig met een katholieke tekst die ik vond voor in het psalmboek van de zuster Augustinessen in hun klooster in Hilversum. De stille tijd in het koor. In deze tijd mag alleen geprobeerd worden om door lichamelijke ontspanning en stilte, ook tot een geestelijke rust te komen. Dus: Niet proberen te bidden en niet proberen aan iets anders te denken dan aan de controle op die lichamelijke ontspanning. Deze suggestie had van mij voor in ons dienstboek mogen staan. Deze lezing werd gehouden op 29 mei 2000